Vijf vragen aan de boswachter

Casper Zuyderduin is de boswachter van Lentevreugd. Als geboren en getogen Katwijker is Hollands Duin zijn tweede natuur. De omgeving van Noordwijk kent hij het best, maar ook de andere drie delen van Hollands Duin – Coepelduin, Berkheide en Lentevreugd – kent hij goed door de vele onderzoeken en tellingen die hij gedaan heeft. Op een zomerse dag in oktober (klimaatverandering heeft zo zijn voordelen) klop ik aan bij zijn kantoor aan de Duinweg in Noordwijk. De locatie voldoet precies aan wat je je voorstelt bij een ‘boswachterij’: een erf vol grote en kleine machines, waarvan er eentje in de verte tekeer gaat op een heg, flinke stapels houtblokken tegen de wanden, een kantoor dat veel weg heeft van een boerenschuur en (uiteraard) gelegen in het bos. Ik herken meteen een vogelaar in hem als er een vogel overvliegt en zijn blik naar boven schiet om te kijken wat het is. Casper schenkt een kop koffie voor ons in en we nemen plaats aan een houten buitentafel.

Welk pad heb je afgelegd tot waar je nu bent, boswachter van Lentevreugd?

Ik kwam als kind veel in de duinen van Noordwijk en op mijn 11e begon ik met vogelen in de omgeving van Katwijk. Toen is mijn interesse in de natuur ontstaan, denk ik. Na de HAVO ben ik naar Larensteijn in Arnhem gegaan. Daar heb ik de MBCS, de Middelbare Bosbouw en Cultuurtechnische School, gedaan en de HBO-opleiding Bos- en Natuurbeheer. Omdat de banen niet echt voor het oprapen lagen heb ik eerst wat ander werk gedaan en toen verschillende klussen voor onderzoeksbureaus, zoals weidevogels inventariseren, maar ook het in kaart brengen van de stand van sprinkhanen, libellen en dagvlinders. In die tijd heb ik mijn specialisme in insecten ontwikkeld. In de jaren daarna heb ik voor verschillende waterschappen de macrofauna, insecten onder water, onderzocht en meegewerkt in allerlei monitoring-projecten. Lentevreugd ken ik al vanaf het allereerste begin. Ik heb daar vaak vogels gekeken en me bezig gehouden met het monitoren van de libellenstand. In februari 2016 ben ik bij Staatsbosbeheer begonnen als boswachter ecologie.

Voor welk gebied zijn jullie als team verantwoordelijk?

Vaak bestaat het beeld dat een boswachter dagelijks door één specifiek terrein loopt en dat beheert, maar dat moet ik enigszins nuanceren. Ik ben als boswachter ecologie namelijk werkzaam in een heel groot gebied. Ons team ‘Stad en Duin’ bestaat uit twee beheerseenheden die zich bezighouden met het gebied tussen Den Haag, een stuk van het Groene Hart en het Duingebied, dat grofweg loopt van Noord-Den Haag, via Alphen aan de Rijn, de Kaag, Braassemermeer en het Hollands Duin tot aan Langevelderslag. Binnen ons team hebben we een boswachter Beheer die de aannemers aanstuurt en een aantal terreinmedewerkers onder zich. Zijn team maait, onderhoudt de wegwijzers en banken, loopt de afratstering na, dat soort dingen. Dan hebben we nog een boswachter Publiek die belangenbehartiging en woordvoering doet en excursies organiseert.

Voor Lentevreugd zetten we zoveel mogelijk in op spontane processen en minimaal ingrijpen. Het gebied moet een open karakter behouden. Verstruweling geven we ruimte, maar we letter er wel op dat het zich net te ver uitbreid. In de lagere delen van Lentevreugd zetten we in op verschraling, zodat de diversiteit van planten daar kan toenemen. Op de hogere delen willen we graag begrazing zien en laten we dus Grote Grazers hun werk doen.

Hoe ziet een gemiddelde dag er uit voor jou als boswachter?

Ik ben als bowachter ecologie verantwoordelijk voor de monitoring van de natuur in ons gebied. Dat wordt voor een deel gedaan door vrijwilligers en voor een deel doen we dat zelf. We worden vanuit de provincie gefinancierd om bepaalde natuurdoelstellingen te halen in onze gebieden. Dat gebeurt onder de “Subsidieregeling Natuur en Landschap”, de SNL. Om die doelstellingen goed in het oog te houden moeten we periodiek onderzoek doen of bepaalde dier- en plantensoorten voorkomen in ons gebied. Daar zit een belangrijk deel van mijn werk in. Eens in de zes jaar moeten we bijvoorbeeld broedvogelonderzoek doen. Eens in de twaalf jaar moet in elk deelgebied een vegetatiekartering hebben plaatsgevonden. Dus ik doe tellingen van libellen, sprinkhanen en dagvlinders. Maar ik hou me bijvoorbeeld ook bezig met faunabeheer, in het bijzonder het volgen van de ganzenstand. Verder geef ik ecologisch advies aan de collega’s die zich met beheer bezighouden, zodat alles ook verloopt volgens de natuurwetgeving. Als er ergens in het broedseizoen een ‘dunning’ moet worden gedaan, dan kijk ik of er geen horstbomen of andere beschermde elementen zijn waar we rekening mee moeten houden.

In de zomer ben ik vooral buiten, zo’n 70% van mijn tijd, in de winter zit ik veel binnen. Omdat Hollands Duin een Natura 2000-beheergebied is, gaat veel van onze aandacht uit naar de duinen. Op Lentevreugd ben ik een paar keer per jaar. De beheerders van Staatsbosbeheer zijn er natuurlijk vaker. Op Lentevreugd kijk ik naar waar er gemaaid moet worden, of er nog broedende vogels zijn, moeten we het waterpeil verhogen, welke delen de meeste potentie bieden voor verschraling, waar we het duinriet gaan aanpakken. Ook moeten we duinrellen schonen, anders gaat de stroming eruit en groeit het dicht. Bij dat alles moeten we vaak keuzes maken, omdat tegenwoordig de kosten ook een belangrijke factor zijn. Zo’n 30 tot 40% van Lentevreugd wordt gemaaid. De rest is – op de bosjes duindoorn na – voer voor de Schotse Hooglanders en de Konik-paarden. Die grote grazers ‘leasen’ we van de firma Ecogrun, zodat de vegetatie kort gehouden wordt en er verschraling kan optreden.

Wat is je favoriete plek op Lentevreugd?

Ik vind de waternatuur op Lentevreugd, de kwelzone in de zuidwesthoek van Lentevreugd, heel bijzonder. Je vindt daar de Waterral en de Roerdomp. Het water dat naar boven komt in die zone is, vermoed ik, een mengsel van rivierwater van de Oude Maas en duinwater. Overigens denken we dat de kwelbron wel eens een gesprongen waterleiding zou kunnen zijn, het water komt daar namelijk met meer dan een normale kweldruk naar boven. Maar dat terzijde. Zelf ben ik gespecialiseerd in insecten, vooral op en rond het water, zoals de libellen. De meest bijzondere waarneming die ik in Lentevreugd heb gedaan is de gevlekte glanslibel. Maar ik heb ook de Griel gevonden, die als broedvogel uit Nederland is verdwenen. We hopen met actief maai- en graasbeheer ook meer te zien van de voor duinvalleien typische vegetatie, zoals de Parnassia en Moeraswespenorchis. Als insectenliefhebber vind ik Lentevreugd het mooist in de zomer, dan stikt het van de insecten, maar eigenlijk heb ik niet echt een favoriete maand. De Veldleeuwerik is natuurlijk een heel bijzonder fenomeen geweest op Lentevreugd. De soort is helaas verdwenen, zoals dat het geval is in een groot deel van de duinen. In de nabij gelegen Bollenstreek komt de Veldleeuwerik nog wel als broedvogel voor.

Hoe ziet Lentevreugd er uit over 20 jaar?

In het beheer gaat er niet veel wijzigen. Ik verwacht dat we doorgaan met verschraling, maaibeheer en begrazing, met hopelijk als resultaat dat het gebied zich botanisch verder ontwikkelt. De volgende vegetatiekartering zal dat moeten uitwijzen. En als insectenliefhebber zou ik natuurlijk graag de macrofauna en libellenstand zien toe.

Bedankt, Casper!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: