Broedvogelinventarisaties door Bas van der Burg

Bas van der Burg is lid van de Werkgroep Berkheide en hij doet op Lentevreugd de  broedvogelinventarisaties.
Waar zijn liefde voor vogels exact vandaan komt weet hij niet. Zijn ouders hadden vroeger een vogelboekje in de kast staan waar hij eigenlijk altijd wel in keek. Ook hadden zijn ouders de serie van ‘Reader’s Digest’ in de kast staan (veldgidsen voor de natuurliefhebber: over planten, vissen, vogels en zoogdieren). Hij was er eigenlijk altijd mee bezig, dan weer met plantjes, dan weer kijken welke vissen hij ving. Op vakanties in Zeeland, altijd met schepnetjes in de weer op zoek naar krabben, garnalen, zeesterren, anemonen enz. De echte liefde voor vogels begon eigenlijk in 1986/1987. Hij ging naar de middelbare school in Katwijk. Daar hadden ze een ‘instuif’: verschillende activiteitenclubjes waarvoor je je kon inschrijven. Zo ook een natuurclub. Onder de bezielende leiding van wijlen Hans van den Berg (leraar Engels) gingen ze elke vrijdagmiddag naar de duinen (Berkheide) om vogels te kijken. Aangezien Hans ook wel graag twitchte, gingen ze geregeld met een clubje het land in naar zeldzame soorten, excursies naar Zeeland enz. Door hem heeft hij de liefde voor vogels gekregen die hij nu nog steeds heeft. Mede door Hans is Bas in het ‘Katwijkse circuit’ terecht gekomen, en o.a. kennis gemaakt met Gijs vd Bent die lid is van de Werkgroep Berkheide. Door Gijs is Bas uiteindelijk in 1989 bij de Werkgroep Berkheide gekomen en begonnen met broedvogelinventarisaties. Eerst in Berkheide zelf, later in Lentevreugd. Toen het gebied in 2003 werd herontwikkeld, fietste hij een keer langs op aanraden van een vogelaar. Bas vond het toen zo speciaal dat hij gelijk aan Ben ter Haar voorstelde om dit gebied te inventariseren op broedvogels. Zodoende is Bas de broedvogelinventaris van Lentevreugd sinds 2004.

De Werkgroep Berkheide voert broedvogelinventarisaties uit volgens de BMP-methode van SOVON (vereniging Sovon Vogelonderzoek Nederland). Dit houdt in dat ze in het broedseizoen veldbezoeken afleggen, in feite steeds het zelfde rondje lopen en alles karteren wat ze tegenkomen. Hierbij kijken ze naar alle soorten (BMP-A), en kijken naar die vogels die bepaald gedrag vertonen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een territorium (de zogenaamde ‘broedcodes’).

Afhankelijk van het terrein vindt de broedvogelinventarisatie plaats vanaf half maart t/m eind juni. Kan soms eerder nodig zijn om bijv. de Bosuil te karteren. Voor Lentevreugd start de inventarisatie  altijd op de laatste wintertelling van het winterseizoen. Dat wil zeggen half maart. Bas bezoekt Lentevreugd vervolgens gemiddeld 1x in de 10 dagen. Hij loopt dan gemiddeld 2-3 rondes in maart, 3-4 rondes in april, 3-4 rondes in mei, 2-3 rondes in juni en zou ook 1-2 rondes in juli moeten doen. Hierbij zijn de meeste ronden in de ochtend (start vanaf zonsopkomst), maar ook enkele ronden rond zonsondergang (meestal 2 per seizoen). Naast broedvogels voert de Werkgroep Berkheide ook wintertellingen uit. In de maanden oktober t/m maart, in 1 weekend worden alle kavels in Berkheide (dus incl. Lentevreugd) geteld. Hierbij worden alle vogels genoteerd, dus ook de overvliegende vogels. De resultaten hiervan gaan naar SOVON.

Op de vraag wat de bijzonderste vogel is die hij is tegengekomen op Lentevreugd, antwoorde hij: Lastige vraag. Er zijn best veel vogelsoorten waargenomen op Lentevreugd. De teller staat (tot 2018) op in ieder geval 233 soorten. Hiervan zijn toch wel een groot aantal (lokale) zeldzaamheden. Denk aan Kuifkoekoek, Griel, Kleinst Waterhoen, Kwartelkoning,
Kortteenleeuwerik, Grauwe Franjepoot, Poelruiter, Steltkluut, Gestreepte Strandloper, Citroenkwikstaart, Balkankwikstaart, Amerikaanse Smient, Steppekiekendief, Ralreiger, Koereiger. De meest zeldzame soort is voor hem toch wel de Kuifkoekoek in maart 2010, al is
de Balkankwikstaart van 11/12 mei 2018 nog meer bjizonder (2e geval voor Nederland). Persoonlijk vindt hij nog steeds de Waterrietzanger de meest bijzondere soort die hij heeft gezien op Lentevreugd. De Waterrietzanger is toch wel 1 van de meest bedreigde vogelsoorten in Europa (10200-14200 zingende mannetjes in 2008 over 40 locaties in Oost-Europa). De soort overwintert in Afrika en doet Nederland aan tijdens de migratie van de broedgebieden naar Afrika. Waarom weet hij niet goed, maar hij wordt altijd wel blij als hij een Waterrietzanger ziet op Lentevreugd. Misschien omdat het een bedreigde soort is, die best kieskeurig is qua biotoop en die in een kort tijdsbestek (grofweg eind juli – begin september) wordt waargenomen in Nederland. Lentevreugd was ooit heel goed voor deze soort, maar de laatste jaren niet meer helaas (als gevolg van successie in het gebied).

Bas houdt zich nooit zo bezig met de Rode Lijst en hecht daar nooit echt veel waarde aan. Het interesseert hem niet hoeveel rode lijst-soorten in een gebied voorkomen en de status die daaraan hangt, het is immers geen wettelijk instrument (niet gekoppeld aan de Wet natuurbescherming). Hij kijkt liever naar het totale aantal broedvogelsoorten in het gebied. Maar om toch even de rode lijst-soorten aan te halen, in periode 2006-2016 zijn er 24 rode lijst-soorten tot ‘broeden’ gekomen. Broeden expres tussen aanhalingstekens, aangezien het niet altijd duidelijk is of een soort ook daadwerkelijk broedt. Er is sinds 2011 één Rode Lijst-soort bijgekomen, te weten Porseleinhoen in 2013. Het betrof hier een zingend mannetje die 2 dagen op Lentevreugd aanwezig was en die volgens de BMP-criteria een territorium had.

Er bestaat een top 10 broedvogels op Lentevreugd en de Rietgors was tot 2011 de nummer 1 broedvogel op Lentevreugd, maar die is voorbijgestreefd door de Kleine Karrekiet.

Volgens het laatste inventarisatierapport is het aantal soorten broedvogels uitgekomen op 83 soorten. Dat is in vergelijking met het voorgaande rapport een kleine 8% meer.
Met name de struweelbroeders zitten nog steeds in de lift. De watervogels gaan achteruit en de moerasvogels schommelen een beetje op gelijk niveau de laatste jaren.

Speciaal voor de Veldleeuwerik is een apart veld gecreëerd. Het zogenaamde “Leeuwerikenveldje”. Men zou heel graag de Veldleeuwerik weer broedend op Lentevreugd hebben. De eerste jaren (2004-2012) heeft de soort er echt wel gebroed, in 2013 had Bas nog wel 4 territoria, maar dat was alleen in het begin van het broedseizoen, de vogels waren plotseling verdwenen begin mei. Sinds 2014 heeft hij nog wel elk jaar 1 territorium, maar dat is puur omdat hij dan een geldige waarneming heeft binnen de datumgrenzen die gelden volgens de BMP-methode. Je krijgt dan een, zoals ze dat binnen de Werkgroep noemen, een ‘terriorium volgens de Sovon-criteria’ maar waarvan je eigenlijk weet dat het geen echt territorium is. Daarnaast heeft hij altijd discussie over de termen ‘broeden’ en ‘broedvogels’. Met deze termen wordt niet altijd daadwerkelijk broeden bedoeld maar vaak ‘territorium’.

Een korte anekdote van Bas:
Het eerste jaar dat ik inventariseerde in 2004, was het noordelijke deel nog in gebruik als bollengrond. Maar ja, ook dat deel moest worden onderzocht. Op aanraden van de voorzitter van de Werkgroep Berkheide naar de eigenaar gegaan. De eigenaar vond het goed dat ik ging inventariseren, maar ik moest wel op de paden blijven tussen de bloemenvelden (ivm besmetting van de verschillende velden met ziekten). O wee, als ik dat niet deed dan zou hij me wel met een hooivork achterna komen! Die blik in zijn ogen was toch wel genoeg om me daar netjes aan te houden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: