Ecologie en beleid

Lentevreugd: ecologie en beleid

Wie wat wil weten over het ecologisch beheer van Lentevreugd moet flink grasduinen op internet en ziet dan, verstopt in beheersplannen en gebiedsanalyses van de provincie Zuid-Holland, dat Lentevreugd wordt aangeduid als ‘deelgebied natuurontwikkelingen binnenduinrand’ (samen met De Klip, Zanderij Katwijk en Hertekamp). Lentevreugd staat op de landkaart te boek als ‘natuurlijk duingrasland’ en wordt in de ecologische terminologie van de overheid en Staatsbosbeheer gekwalificeerd als vochtige duinvallei (habitat 2190, subtypes ‘kalkrijk’ en ‘hoge moerasplanten’).

Uit de verschillende plannen komt een ecologische visie voor Lentevreugd naar voren die op de lange termijn kansen ziet voor uitbreiding van duingraslanden, samen met omliggende duingebieden, zoals de Kom en Meta’s duin (Pan van Persijn). Het is de bedoeling om Lentevreugd te ontwikkelen tot kalkrijke ‘grijze duingraslanden’ en dus is het nodig om het gebied verder te verschralen. Dat doet Staatsbosbeheer onder andere door actief te maaien, vooral het oprukkende duinriet. Om het geleidelijk dichtgroeien van het open duin tegen te gaan zijn de Provincie, Staatsbosbeheer en Dunea in 1990 ook gestart met het instellen van begrazingsbeheer. In eerste instantie vooral met runderen en paarden, maar sinds kort ook met schapen (die laatste zijn niet te vinden op Lentevreugd, overigens). Ook alle vochtige duinvalleien worden begraasd en/of gemaaid om verdere successie richting struweel of moerasruigtes tegen te gaan. Elk voordeel heeft zijn nadeel want door begrazing verdwijnen wel oppervlaktes met riet, waardoor het leefgebied van verschillende riet- en moerasvogels (zoals de kleine karekiet) verdwijnt.

Lentevreugd

Met de transformatie van bollengrond naar natuurgebied in de jaren ’90 is in feite al een natuurherstelproject in gang gezet dat het relatief beperkte oppervlak van natte en vochtige duinvalleien moet vergroten. Verjonging en ‘vernatting’ van duinvalleien en kwelplassen betekent een betere waterwinning en ruimte voor ‘nieuwe’ soorten, zoals parnassia en orchideeën. Later heeft de overheid in het kader van Natura 2000 voor Meijendel en Berkheide als doel gesteld om het oppervlak van vochtige duinvalleien uit te breiden en de kwaliteit ervan te verbeteren. Lentevreugd komt daarvoor als eerste in aanmerking, omdat het gebied op dit vlak de meeste potentie heeft. Het gebied is vrijwel geheel open, deels nat (open water, natte ruigtes met duinriet) en deels droog (droge ruigtes met duinriet). Het gebied kent verder ook open water en delen met kalkrijke grond.

Konik-paarden in veld met PitrusLentevreugd blijkt overigens droger dan oorspronkelijk gedacht. Met het hierboven beschreven beheersdoel voor ogen zijn regelmatige ingrepen vereist om de waterstand te verhogen. Tegelijkertijd is de grond vrij voedselrijk onder invloed van decennia landbouwkundig gebruik (mest). Hierdoor zijn nog maar ten dele de beoogde duinvegetaties aanwezig in het deelgebied. Door de (te) voedselrijke bodem van de voormalige landbouwgrond van Lentevreugd is er sprake van grote oppervlakken met pitrus-, riet-, liesgras- en grote zeggenvelden. Als gevolg hiervan, en door het ontbreken van een zaadbank en beperkte dispersiecapaciteit (vermogen van planten om hun zaden te verspreiden), zijn kenmerkende soorten van vochtige duinvalleien en droge duingraslanden nog maar beperkt aanwezig. Andere – meer stabiliserende – processen die ook op de jonge duinvallei Lentevreugd inwerken zijn oppervlakkige ontkalking, bodemvorming en successie (pioniersituaties die zich verder ontwikkelen).

Een gunstige kwelstroming in het noordelijke deel van Lentevreugd, in combinatie met verdere verschraling (waaronder maaien en begrazen), zal dan moeten resulteren in ongeveer 5 hectare extra ‘vochtige duinvallei’. Met het voortzetten van de begrazing, het lokaal verwijderen van de voedselrijke toplaag en goed verschralingsbeheer (maaien) moet dit doel te halen zijn, waarmee er uiteindelijk in totaal ongeveer 60 tot 70 hectare duingrasland zal zijn.

Vegetatie duinvalleien

Door een afname van de begrazingsdruk door konijnen (die massaal stierven als gevolg van myxomatose en de ziekte VHS) en door verrijking met voedingsstoffen uit neerslag zijn in veel graslanden gaandeweg soorten als Zandzegge, Duinriet en Helm gaan domineren. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw is de soortenrijkdom van de graslanden hierdoor sterk achteruitgegaan. Door het instellen van beweiding, sinds ongeveer 1990, treedt over grote delen herstel op van de vroegere soortenrijkdom. Ook het stimuleren van stuifplekken draagt bij aan de terugkeer en instandhouding van de duingraslanden.
In het verleden zijn veel duinvalleien voor de landbouw gebruikt of omgevormd tot infiltratieplassen. Voorbeelden van de eerste zijn de valleien Kijfhoek, Bierlap en Meijendel. De Lange Stroken, Waterdel en Violendel zijn voorbeelden van valleien die onder water zijn gezet. Toch zijn in Meijendel een paar voedselarme, kalkrijke duinvalleien met soortenrijke begroeiingen behouden gebleven. In de Libellenvallei bijvoorbeeld komen goed ontwikkelde gemeenschappen voor van soorten als Parnassia, Vleeskleurige orchis en Moeraswespenorchis. Deze vallei is vervolgens de bron geworden voor allerlei soorten die zich in de later herstelde valleien, parallel aan de kust, hebben gevestigd.
De valleien met een landbouwverleden worden nu grotendeels “bevolkt” door Duindoorn- en Meidoornstruwelen of duinberkenbroek. De struwelen in de valleien maken deel uit van een groter struweelgebied: zeker 40 % van het duinoppervlak in Meijendel en Berkheide wordt in beslag genomen door struikgewas, waarbij Duindoornstruwelen de boventoon voeren. Andere opvallende soorten in de duinstruwelen zijn wilde liguster, roodbloeiende eenstijlige meidoorn en veel soorten rozen, te weten hondsroos, egelantier, heggenroos, rosa nitudila en rosa obtusifolia. De duinberkenbossen zijn in Meijendel goed ontwikkeld en soortenrijk, in het bijzonder in de nog vochtige delen van oude landbouwvalleien. Een deel van deze bossen heeft zich al lange tijd spontaan kunnen ontwikkelen, waarbij struweelsoorten als Wegedoorn zelfs tot boomhoogte zijn gegroeid.

Advertenties

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: