Vogels

Vogels
Er zijn al meer dan honderd soorten vogels gezien op Lentevreugd. In 2010 onder andere zeldzaamheden als de kuifkoekoek en de griel. Vaker worden hier roerdompen, twee soorten kiekendieven, boomvalken en lepelaars gezien of – in het geval van de roerdomp – gehoord. In 2016 was het even heel druk met vogelliefhebbers omdat er een Steppekiekendief was gezien. Langer geleden nestelden er ook een aantal paren Veldleeuweriken. Liefhebbers en beheerders van Lentevreugd hopen vurig dat ze ooit nog eens terugkomen. Er is zelfs een Veldleeuwerikenfonds opgezet om de ideale omstandigheden te helpen creëren voor de vogelsoort.

De toename van waterpartijen en bijbehorende moerasvegetatie in het duin reflecteert zich in een sterke toename van moeras- en watervogels. De watervogels als Dodaars, Geoorde fuut, Fuut, Kuifeend en Slobeend hebben vanaf begin van de jaren negentig van de vorige eeuw weer een belangrijk deel van de winst in moeten leveren. Recente nieuwkomers zijn Aalscholver en Blauwborst. Van de Aalscholver, die zich in 1991 in Meijendel vestigde, zijn inmiddels enkele honderden paren aanwezig. De Blauwborst vestigde zich in het van begin van de jaren 1990 en is nu met enige tientallen paren vertegenwoordigd. In het broedseizoen van 2006 werden zowel van Roerdomp als van de zeldzame Woudaap een territorium in Meijendel opgemerkt. De Krooneend lijkt eveneens vaste voet aan de grond te krijgen, al gaat het vooralsnog om slechts enkele paartjes. Door begrazing van moerasvegetatie heeft een deel van de gewone moerasvogels, zoals Kleine karekiet, Bosrietzanger en Rietgors, het moeilijk. Ook het dunner worden van het riet (door de verminderde voedselrijkdom van het water) speelt de moerasvogels parten.

Ook de Grauwe gans en de nodige exoten zijn recent in het duingebied doorgedrongen: Nijlgans, Canadese gans, Casarca en Halsbandparkiet. Voor de Nijlgans valt Meijendel de twijfelachtige eer te beurt dat van hieruit de nu florerende Nederlandse populatie zijn opmars is begonnen. In 1967 werd hier het eerste broedgeval voor Nederland van deze Afrikaanse soort vastgesteld. Het ging ongetwijfeld om uit gevangenschap ontsnapte vogels. Vervolgens steeg het aantal paren snel en begon de olievlekachtige uitbreiding.
Veel soorten van het open duin gaan achteruit, vooral de grondbroeders en de soorten van stuivende duinen. Zo zijn de meeuwen door de intrede van de Vos vrijwel verdwenen, terwijl er in de jaren tachtig nog duizenden paren zilvermeeuwen, kleine mantelmeeuwen en stormmeeuwen te vinden waren. Van de Stormmeeuw broeden tegenwoordig nog enkele paartjes in de kruinen van meidoorns. Bergeend, Wulp en Tapuit zijn eveneens gedecimeerd. De populatieontwikkeling bij de Boomleeuwerik vertoont een bewogen beeld. Vermoedelijk kwamen ze pas tegen het eind van de jaren vijftig in het duin broeden. Vervolgens namen de aantallen toe tot eind jaren zestig om vervolgens weer sterk terug te vallen. Pas in deze eeuw trad herstel op en wel tot op een niveau dat daarvoor zelfs niet werd bereikt. Momenteel broeden er jaarlijks tientallen paren. Ook de van oudsher al algemene Boompieper neemt in recente jaren duidelijk toe, en af en toe wordt de Nachtzwaluw weer gehoord.

Over het geheel bezien vertonen de aantallen van de struweelvogels een flinke toename en die van de bosvogels de sterkste toename. Maar ook hier ligt het beeld van soort tot soort verschillend en vooral het laatste decennium nemen de aantallen van veel soorten weer af. Dat geldt bijvoorbeeld voor struweelvogels als Kneu, voor bosvogels als Groene specht en Wielewaal en voor roofvogels als Boomvalk en Torenvalk. Veel andere soorten vertonen schommelingen in aantallen. Struweelvogels waarvan de aantallen sterk zijn toegenomen, zijn Roodborsttapuit, Sprinkhaanzanger, Braamsluiper en Nachtegaal. Bosvogels die nog steeds (sterk) toenemen, zijn Buizerd, Grote bonte specht, Zwartkop, Glanskop en Goudvink en naaldhoutliefhebbers als Kuifmees, Zwarte mees en Goudhaan. Een aantal soorten bosvogels is vooral in recente jaren sterk afgenomen, waaronder Zomertortel, Groene specht, Gekraagde roodstaart, Grauwe vliegenvanger, Matkop en Kleine barmsijs. Voor Houtduif, Ekster en Kauw zou dit wel eens het gevolg kunnen zijn van de vestiging van de Havik in het duingebied. Zoals in meer delen van de Hollandse duinen worden ook in Meijendel de laatste jaren gedurende de zomermaanden wespendieven opgemerkt. Zo werden in 2005 twee pas uitgevlogen jongen gezien, hetgeen op een broedgeval binnen of in de omgeving van het gebied wijst.

Advertenties

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: